25 april
Het is een van de eerste warme dagen van het jaar. Na de middaglunch start ik de moto en rij weg voor mijn traditionele zondagse uitwaairit. In de plaats van zoals gewoonlijk de richting van de provincie in te slaan, neem ik de oprit van de autoweg naar de hoofdstad.
De Eeckhoutlaan is gelegen in één van de betere buurten van de stad. Het is een rustige, door kerselaren afgezoomde straat, met weinig doorgaand verkeer. De woningen, allemaal met voortuintjes, zijn hoofdzakelijk opgetrokken in het interbellum. Nummer 36 is een gebouw met drie verdiepingen en een garage onderin. Een erker in rode baksteen en zandsteen geeft de gevel een karaktervol profiel. Hortensias, een aucuba en een slordig gesnoeide thuya groeien over het betegelde pad dat naar de voordeur leidt. Op het belplaatje staat C Dion. Ik bel aan, na een poosje gaat een raam op de eerste verdieping open en verschijnt Catherine. Ze lacht met een "enfin t’as mis du temps" uitdrukking op haar gelaat. –Je viens te montrer ma nouvelle moto. Roep ik naar boven.
Ze sluit het raam en enige seconden later ratelt de deuropener. Ik storm de trap op ga binnen door de openstaande deur. Wij geven elkaar een formele zoen. Ze heeft een witte pull aan met kabels en V hals en een donkere broek. Haar gezicht en hals zijn rood. -J’étais au soleil.
Ze doet een rondleiding in het appartement. De oorspronkelijke art deco elementen zoals plafond, schouw, deuren en ramen zijn bewaard gebleven. Uitgelezen eigentijdse en sobere antieke meubelen harmoniëren stijlvol in dit geraffineerde interieur. In de middenplaats wordt een wand volledig ingenomen door een boekenkast. De slaapkamer en keuken bevinden zich achteraan en geven uit op het balkon. Aan het raam in het woonkamer aan de straatzijde staat een hoge tekentafel. Verfpotjes, een blok tekenpapier en schilderborstels liggen gebruiksklaar verspreid over het met verf besmeurde werkblad. Het Tolemeo lampje van Artemide steekt er als een voelspriet boven uit. Een paar beschilderde vellen staan los op een schildersezel.
Ze toont mij de werkjes die ze maakt met enige relativering. Ze zoekt nog naar een artistieke identiteit. Er staat een zelfportret in potlood op een kastje. Ze is bijna onherkenbaar. Ik heb ze altijd gezien als La Dion joyeuse terwijl ze daarop eerder met een droevige, holle, afwezige blik is afgebeeld. Op de salontafel ligt een naslagwerk over Rothko, een paar interieurmagazines en een boek over communicatie.
Wij gaan op een bank op het terras zitten, ze biedt mij een fruitsapje aan. Geraniums en paarse petunia’s in terracotta potten brengen wat kleur tegen de witte wanden. Van hieruit heeft men zicht op de tuintjes van de achterliggende huizen waarin de bloeiende roze, witte en paarse seringen het meest de aandacht trekken. Merels hebben zich deze groene oase toegeëigend. Het jofele gefluit, weerkaatst door de achterliggende gevels, heeft iets aangrijpend in deze overigens stille omgeving. Een kind op een schommel is de enige zichtbare menselijke aanwezigheid.
Ik praat over de hel thuis, mijn vader, mijn broers en mijn werk.
Ze luistert geboeid, ze stelt vragen en ze vertelt wat over zichzelf.
Catherine is een vrouw die ik altijd al had willen maar nooit heb durven versieren. Ze is een ongetrouwde schoonzus van mijn jongste broer Simon. Elk jaar zag ik ze een paar keer op de familiefeestjes die gehouden werden ter gelegenheid van verjaardagen en andere omstandigheden waarbij flessen worden opengetrokken.
De gesprekken met haar waren altijd zeer warm, intens, soms intiem, maar ik heb ze nooit expliciet willen verleiden.
Ik ging ik er van uit dat zij wat te hoog gegrepen was voor mij ; ze is mooi, zeer intelligent en ze behoort tot la bourgeoisie aisée van het land. Van opleiding is ze archeologe. Na haar studies kunstgeschiedenis is ze tijdens een tienjarige odyssee doorheen het Middellandse Zeegebied op zoek gegaan naar verborgen schatten en ideale mannen. Ze heeft enkel schatten van mannen met verborgen idealen gevonden, maar die wilde ze niet.
Terug in onze contreien is ze opnieuw gaan studeren, onder andere in Oxford, om zich toe te kunnen leggen op het behoud van het lokaal patrimonium. Sedert een paar jaar wil ze zich als kunstenares profileren.
Zolang ik ze ken, beschouw ik ze als een supervrouw. Later heeft mijn bewondering een metaphysische, bijna religieuze dimensie gekregen. Mijn houding voor haar is zoals een fan met zijn aanbeden ster omgaat. Men is in de wolken wanneer men ook maar heeft mogen praten met zijn vedette, van meer kan men alleen maar dromen.
Door haar grote, levendige, eerlijke en indringende bruine ogen, de hoge jukbeenderen, de sensuele mond en het halflang, golvend, donkere haar doet ze mij denken aan een andere godin die ik al meer dan twintig jaar aanbid: ze is voor mij de Kate Bush van de archeologie.
In de loop der tijden, bij een hoge graad van beneveling, zijn er wel eens een paar suggesties voor intiemer contact geweest, die niet werden afgewezen, maar ik was er niet helemaal zeker dat ze later nog wel mijn Dionysische avances zou herinneren. Ik was niet vermetel genoeg om op een kille dag, onbevangen aan te bellen en mijn kans te wagen. Ze zou maar eens gevraagd hebben: -Oui, c’est pour quoi ? Ik ken geen situatie die me meer in verlegenheid zou gebracht hebben.
Een homerisch slippertje zou ook te veel familiale turbulenties met zich hebben mee gebracht. De relatie met mijn broer en zijn vrouw, waar ik zeer aan gehecht was, zou hierdoor kunnen vertroebelen.
De discretie was ook een heikel gegeven. Ik begreep van mijn broer dat de zussen zeer open waren onder elkaar en een zijstapje van mij zou zeker een leuk gespreksonderwerp zijn geweest. Een lek naar mijn vrouw toe zou mijn gezinsleven in de war kunnen sturen. Ik had het aanschijn een trouwe echtgenoot te zijn en voor de vrede in huis wilde ik dat liever zo houden.
Aan zuivere seks met een andere vrouw had ik ten andere geen behoefte en ik ging er van uit dat er van een buitenechtelijke relatie toch alleen maar pijn voortkomt.
Dit waren misschien allemaal drogredenen die ik mezelf voorhield omdat ik onzeker was over mijn bedkunsten. Ik vond dat ik niet goed genoeg beslagen was om mij onversaagd bloot te kunnen geven aan een vrouw zoals zij, die duidelijk van wanten wist.
Nu was de uitnodiging van haar kant uit gekomen. Tijdens het nieuwjaarfeestje bij mijn broer had ik gesproken over mijn nieuwe stalen schimmel en ze had daarop geantwoord dat ze die wel eens wilde zien. Explicieter kon ze niet zijn. Toch heb ik er nog bijna vier maand over gedaan om op haar belknop te durven drukken. Het uitzichtloze van de situatie thuis heeft mij letterlijk over de drempel getrokken
Die hele namiddag is de gedachte aan seks aanwezig. Een vrouw met dit lichaam, waar ik al vijftien jaar naar hunker, zo dicht bij mij en in deze intimiteit: dat is een pure tantaluskwelling.
Terwijl ik praat observeer ik haar reacties en wanneer zij praat analyseer ik haar blik. Ze heeft ook zin in seks, dat is duidelijk, ze raakt me zelfs aan. Maar ik weet dat uitstel geen afstel zal zijn.
Ik gooi een visje in het water. -De derde of de vierde keer dat wij elkaar zien, zullen wij seks hebben. Ze knikt, zoals verwacht.
Op het einde van de namiddag doe ik haar een helder, weloverwogen, bijna zakelijk voorstel, met de nadruk op het feit dat nood aan seks niet de aanleiding is voor mijn vraag. Ik wil een relatie met haar, maar ik ben niet van plan om mijn vrouw te verlaten. Ik ben op zoek naar vrouwelijke, luisterende oren met verstandhouding en begrip er tussenin. Dat is wat ik nu het meeste mis. Andere attributen zijn welkom, maar die zijn niet de hoofdzaak. Ik geef haar tijd om te antwoorden op mijn vraag.
Ik beheers mij tot op het laatste ogenblik. Een stoeipartijtje als afsluitertje zou erop lijken dat ik haar instemming wil forceren. Daarom mag ik mijn handen niet laten glijden over haar welvingen. Ik wil vooral eerlijk overkomen en niet de indruk geven een betoog te voeren voor wat geritsel.
Tijd om terug naar huis te gaan. Ze gaat mee naar beneden naar de motor kijken.
-Quel bel engin. De intonatie en de lach op haar lippen verraden enige dubbelzinnigheid.
Ik geef een zoen voor ik de helm opzet. -Sois prudent, fluistert ze zacht, terwijl ze de hand op mijn borst legt.
27-03-2009, 22:05:56
ik had het aanschijn van...
ik wil eerlijk overkomen...
lijkt toch niet erg oprecht
martine meeus
martine.meeus1@pandora.be